| |
GEVELTECHNIEK/BUITENGEVELISOLATIE
Een gevel is gezichtsbepalend voor elk bouwwerk. Gevel-isolatie
en/of -renovatie kunnen daarom niet zorgvuldig genoeg uitgevoerd
worden. Als applicateur van gevelisolatiesystemen moet je
van alle markten thuis zijn. Tenslotte sluit het gevelsysteem
aan tegen diverse andere bouwkundige elementen, zoals kozijnen,
dakranden, andere bouwdelen. Niet alleen de details vergt
veel kennis van zaken, maar ook het inpassen van de bewerkingen
in het reguliere bouwproces. Bouwservice Fons van der Heyden
werkt met goed opgeleidde vakmensen, heeft kennis van de producten
en weet alle bouwpartners prima te informeren met ervaren
adviezen. In de afgelopen jaren deed Bouwservice Fons van
der Heyden onschatbare ervaring op met meer dan 100.000 m2
gevel voor verschillende projecten. Bouwservice Fons van der
Heyden werkt volgens de laatste technieken en inzichten met
het Capatect VHF Systeem.
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
WAAROM GEVELISOLATIE?
Gevelisolatie wordt niet alleen toegepast om energie te besparen.
Hieronder de belangrijkste argumenten die opdrachtgevers hanteren
om over te gaan tot de toepassing van gevelisolatie, in nieuwbouw
en renovatie:
Verfraaiend
Gevelisolatie zorgt voor verfraaiing van de gevel. Veel woonwijken/huizen/gebouwen
zijn inmiddels door de strakke afwerking opgewaardeerd. De
verkoopbaarheid / verhuurbaarheid van het vastgoed wordt daardoor
verhoogd.
Isolatiemogelijkheden
De isolatiedikte is in principe onbegrensd. Dit in tegenstelling
tot veel andere isolatiemethodes.
Bouwtechnisch beter
Gevelisolatie biedt ook technische verbeteringen. Thermische
spanningen in de buitenmuur worden tegengegaan. Koudebruggen
kunnen veelal eenvoudig worden voorkomen.
Comfortverhogend
Gevelisolatie verhoogt het leefcomfort in de woning. Een aantal
voorbeelden van deze comfortverhogende eigenschappen:
- Het warmteregulerend vermogen van
muren
De bouwfysica toont aan, dat het aanbrengen van de isolatielaag
aan de buitenzijde van een gevel, de beste manier van isoleren
van gevels van (bewoonde) gebouwen is. De geïsoleerde
buitenwand slaat overdag de warmte die in het gebouw geproduceerd
wordt op; 's avonds en 's nachts, als er niet meer gestookt
wordt, staat de wand deze opgeslagen warmte naar binnen af.
Een gelijkmatige verwarming van de woning is het resultaat.
Deze eigenschap staat bekend als het z.g. warmteregulerend
vermogen van muren.
- Het opheffen van 'valse tocht'
Lucht die door een ongeïsoleerde wand afkoelt, zakt naar
beneden. Dit wordt ervaren als tocht. Dit verschijnsel wordt
'valse tocht' genoemd. Omdat een muur met gevelisolatie veel
minder snel afkoelt zal 'valse tocht' niet optreden.
- Het tegengaan van schimmelvorming
Op een koude ongeïsoleerde gevel kan condensatie optreden.
Hierdoor kan schimmelvorming ontstaan. Een goed geïsoleerde
muur blijft warm en voorkomt zo condensatie.
De genomen isolatiemaatregelen moeten zodanig zijn dat de
woning geventileerd kan blijven.
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
GEVELISOLATIE BESTAAT UIT 4 BELANGRIJKE
ONDERDELEN:
1. Bevestiging
2. Isolatieplaten
3. Wapeningsweefsel
4. Afwerking
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
1. BEVESTIGING
Er zijn twee manieren waarop isolatieplaten op de ondergrond
worden bevestigd:
1a. Gelijmde systemen
De isolatieplaten worden met hechtmortel, veelal een mortel
op cementbasis, op de ondergrond gelijmd. De dikte van deze
laag is ca. 3-5 mm, mede afhankelijk van de vlakheid van de
ondergrond. Systemen op basis van cellulair glas worden met
een bitumineuze koude kleefstof aan de ondergrond bevestigd.
1b. Mechanisch bevestigde systemen
Daar waar getwijfeld wordt aan de hechtkracht van de hechtmortel
op de ondergrond wordt veelal een mechanisch systeem toegepast.
Ook grote oneffenheden in de ondergrond of houtskeletbouw
kunnen redenen zijn om een mechanisch bevestigd systeem toe
te passen. In Duitsland wordt dit systeem veel toegepast i.v.m.
wisselvallige ondergronden, in ons land sporadisch.
Bij een mechanisch bevestigd systeem worden op de ondergrond
profielen bevestigd. De toe te passen isolatieplaten zijn
voorzien van sleuven waardoor ze eenvoudig in de profielen
kunnen worden geplaatst. Om eventuele werking van de platen
tegen te gaan is het belangrijk de platen met hechtmortel
of een extra plug te fixeren. Deze systemen zijn niet leverbaar
met cellulair glasplaten. De wapeningslaag en afwerking wijken
verder niet af van gelijmde systemen.
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
2. ISOLATIEPLATEN
De verschillen in isolatiewaarde van de toe te passen isolatieplaten
zijn niet erg groot. De isolatieplaten zijn in een groot aantal
verschillende dikten leverbaar, veelal met 10 mm oplopend.
De volgende isolatieplaten worden momenteel in geattesteerde
systemen toegepast:
2a. Polystyreen
De polystyreenplaat wordt het meest toegepast. Door zijn geringe
gewicht is deze plaat eenvoudig te verwerken.
Er zijn zowel stompe platen als platen met een randprofiel
(vanaf een plaatdikte van 30 mm). Belangrijkste vormen van
randprofilering zijn de sponning- of de 'messing- en groef'plaat.
Uit isolatie- of vochttechnisch oogpunt is een randprofilering
niet noodzakelijk. Randprofilering is door een ongunstiger
materiaalverbruik duurder. Zeker bij dunne systemen is een
vlakke ondergrond belangrijk. Door gebruik te maken van platen
met een randprofilering wordt deze vlakheid verkregen zonder
dat het oppervlak geschuurd hoeft te worden. Bij kleine gevelvlakkengrijs
met bijv. veel penanten vervalt dit voordeel omdat, door het
op maat snijden van de plaat, het randprofiel vervalt.
2b. Geëxpandeerd polystyreen
Geëxpandeerd polystyreenplaten (EPS) worden in verschillende
volumieke massa's toegepast. De afmetingen zijn in bijna alle
gevallen 500 x 1000 mm, soms 600 x 1200 mm. Er zijn normaliter
twee verschillende uitvoeringen leverbaar; 'normaal' en 'brandvertragend
gemodificeerd' en meerdere soortelijke massa's (densiteiten);
van 15-35 kg/m_. In de meeste KOMO-Attesten wordt de 'brandvertragend
gemodificeerde' kwaliteit (meestal aangeduid met SE) voorgeschreven.
Deze platen zijn herkenbaar aan een rode streep op de zijkant.
De sterkte en isolerende eigenschappen nemen toe met de volumieke
massa. In de meeste gevallen is een relatief goedkope en lichtgewicht
PS 15 plaat voldoende. ('15' staat voor 15 kg/m_). Ook de
PS 20 plaat wordt in de praktijk veel toegepast. Onder het
maaiveld verdient een diffusiedichtere plaat, bijv. van geëxtrudeerd
polystyreen (XPS), de voorkeur.
Er zijn platen met z.g. thermische insnijdingen en/of hechtingsgroeven.
Thermische insnijdingen zijn met dunne draad ingesmolten naden
in een vierkant patroon. Deze vangen de spanningen beter op,
die in de mortellaag ontstaan bij temperatuurwisselingen.
Een bijkomend voordeel van thermische insnijdingen is dat
hierdoor de platen minder gauw kromtrekken.
Hechtingsgroeven zijn groeven van circa 10 x 5 mm in een vierkant
of rechthoekig patroon. Platen voorzien van deze groeven worden
veelal gebruikt bij systemen met dikke mineraalgebonden mortels.
Door deze groeven wordt de hechting van de mortel aan de plaat
vergroot. Bij dunne afwerklagen wordt deze plaat niet vaak
toegepast omdat de groeven zich dan kunnen aftekenen in de
mortel. Dit in verband met verschillen in vochtopname en verharding.
2c. Geëxtrudeerd polystyreen
Stevige, duurdere, gekleurde isolatieplaat (XPS) met betere
isolerende eigenschappen. Gewicht 28 kg/m_. Afmeting vaak
600 x 125 mm. De plaat heeft een hoge dampdiffusieweerstand
en door zijn staafvormige bolle celwanden, een hoge drukvastheid.
Deze plaatsoort komt voor als isolatiedrager in één
gevelisolatiesysteem en wordt daarnaast vaak gebruikt voor
de isolatiedelen onder maaiveld. Omdat de geëxtrudeerde
plaat bestand is tegen vocht hoeft de wapeningslaag niet omgezet
te worden onder de plaat.
2d. Steenwol
Steenwolplaten worden vaak gekozen uit brandtechnische overwegingen
en omdat ze dampopen zijn. De vezelige randen van de platen
sluiten bij een juiste montage goed tegen elkaar aan, zodat
er bijna nooit open naden ontstaan. Steenwolplaten zijn duurder
dan polystyreenplaten.
Er zijn twee soorten steenwolplaten die bij gevelisolatie
worden toegepast:
- Steenwol gevelplaat
De standaard voor gevelisolatie toegepaste steenwolplaat heeft
een soortelijk gewicht van 150 kg/m_ en als afmeting meestal
600 x 1000 mm of 800 x 625 mm. De vezels lopen evenwijdig
met het plaatoppervlak.
- Steenwol lamellenplaat
Steenwolplaat waarvan de vezels loodrecht op het plaatoppervlak
staan. Hierdoor heeft de plaat een iets hogere drukvastheid.
(Dit geldt overigens niet voor puntlasten.) Het soortelijk
gewicht is 95 kg/m_. De plaat is iets goedkoper dan de gevelplaat
en valt op door zijn afwijkende maat, veelal 200 x 1000 mm.
Deze maat wordt veroorzaakt doordat de plaat tijdens de produktie
dwars uit de steenwol gezaagd wordt. Vanwege zijn flexibiliteit
en geringe afmeting is de lamellenplaat ook bijzonder geschikt
voor toepassing op ronde gevels. Door de geringe afmetingen
van de steenwol lamellenplaat is het snijverlies lager dan
normaal.
De lamellenplaat werd voor het eerst in Duitsland in gevelisolatiesystemen
toegepast. Daar spelen de strenge eisen aan de hogere hechtkracht
van de hechtmortel en wapeningslaag aan de plaat, bij toepassing
op grotere hoogte, een rol. Deze (te?) strenge eisen zijn
in ons land niet van toepassing.
2e. Cellulaire glasplaat
Een harde zwarte, volledig dampdichte, plaat bestaande uit
geschuimd glas. Het materiaal weegt 115 kg/m_ en wordt in
kleine afmetingen, 450 x 600 mm, geleverd. Door de geringe
afmetingen wordt het nadeel van het hogere gewicht genivelleerd.
De plaat wordt vaak gekozen vanwege zijn onbrandbaarheid en
vanwege het feit dat zij geen vocht opneemt. De 100 % dampdichtheid
van de plaat biedt voordelen als grote vochtbelasting van
binnenuit of van buitenaf (bijv. onder maaiveld) te verwachten
is. Indien de plaat in nieuwbouw wordt toegepast dient rekening
gehouden te worden met het feit dat het bouwvocht uit de ondergrond
alleen via de binnenkant de wand kan verlaten. Cellulaire
glasplaten zijn duurder dan andere isolatieplaten. Een beperkt
aantal stukadoorsbedrijven is in de verwerking van deze systemen
gespecialiseerd.
8.2.4 Andere isolatieplaten
Andere isolatieplaten dan de hierboven genoemde 3 soorten
worden in geattesteerde systemen niet toegepast.
Inmiddels is er een gevelisolatiesysteem op de markt dat een
z.g. Resolplaat als isolatieplaat heeft. Dit systeem wordt
zeer weinig toegepast.
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
3. WAPENINGSLAAG
Op de isolatieplaat wordt de wapeningsmortel aangebracht waarin,
in één bewerking, een wapeningsweefsel, vaak
een glasweefsel voorzien van een alkalibestendige coating,
wordt ingebed. Wapeningsweefsel en wapeningsmortel vormen
de wapeningslaag. De dikte hiervan is, afhankelijk van het
systeem, 3-8 mm. Bij dikke systemen horen ook dikkere wapeningslagen.
De dikte neemt toe indien in de wapeningslaag twee lagen wapeningsweefsel
worden toegepast. Indien het systeem gebaseerd op cellulair
glas wordt afgewerkt met een mineraalgebonden pleister wordt
een bitumineuze 'scheidingslaag' onder de wapeningslaag aangebracht.
Dunnere wapeningslagen, dan door de systeemhouder voorgeschreven,
dienen categorisch te worden afgewezen.
Bij enkele systemen is het mogelijk een dispersiegebonden
wapeningslaag toe te passen. Deze laag is flexibeler en daarom
beter bestand tegen scheurvorming dan de meest voorkomende
(voornamelijk) mineraalgebonden wapeningslaag. Hierbij hebben
temperatuur en luchtvochtigheid tijdens de verwerking en daarna
echter een belangrijke invloed op de verhardingstijd. Deze
kan dan variëren van enkele dagen, onder normale weersomstandigheden,
tot enkele weken bij lage temperaturen en/of een hoge relatieve
vochtigheid. Met dit laatste wordt vaak geen rekening gehouden
bij de planning.
Bij onderbrekingen in de isolatie, bijv. bij hoeken van ramen
en deuren, maar ook bij andere muuropeningen en een aansluiting
aan een balkonmuur, worden extra weefselstroken aangebracht.
Daar waar extra belastingen op de gevelisolatie verwacht worden,
bijv. door vandalisme, kan bij dunne systemen naast het normale
wapeningsweefsel nog pantserweefsel worden voorgeschreven.
Een pantserweefsel is te herkennen aan het bredere en stuggere
glasweefsel. Ook kan een dubbel (in 2 lagen) 'normaal' wapeningsweefsel
worden toegepast en is een extra dikke weefsellaag mogelijk
bij enkele systemen.
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
4. AFWERKING
De wapeningslaag wordt afgewerkt met één van
de navolgende pleisters:
4a. Dispersiegebonden pleister
De dunne dispersiegebonden pleisterlaag
wordt in Nederland bij gevelisolatie het meest toegepast.
Afhankelijk van de korrelgrootte en de wijze van de verwerking,
kan een fijne tot zeer fijne structuur worden bereikt.
4b. Silikaatgebonden pleisters:
Een traditionele pleister die in ons land zeer weinig wordt
toegepast.
4c. Mineraalgebonden pleisters:
Mineraalgebonden pleisters zijn uit natuurlijke grondstoffen
opgebouwd. Er zijn twee belangrijke mineraalgebonden pleisters:
- de dunne mineraalgebonden pleister
(wordt in ons land weinig toegepast en heeft een veelal fijne
tot zeer fijne structuur)
- de dikke mineraalgebonden pleister
Deze wordt dik opgezet. De huid van deze krabpleister wordt
na een beperkte uithardingstijd opengekrabd met een krabborstel.
Hierdoor ontstaat een fraai ogende dikke pleisterlaag. Deze
krabpleister is in ons land veruit de meest toegepaste mineraalgebonden
pleister. Daarnaast zijn er nog glad af te werken dikke pleisters
mogelijk
4d. Dispersiegebonden pleister
De dunne dispersiegebonden pleisterlaag wordt in Nederland
bij gevelisolatie het meest toegepast. Afhankelijk van de
korrelgrootte en de wijze van de verwerking, kan een fijne
tot zeer fijne structuur worden bereikt.
|