naar startpagina  
geveltechniek particulier
zakelijk
 
   
 
     oude situatie
 
nieuwe situatie

TOT 50% BESPAREN OP ENERGIEKOSTEN!
Met buitengevelisolatie van het Capatect VHF Systeem

-
gevelisolatie met het Capatect VHF systeem geeft uw pand een prachtige uitstraling
-
gevelisolatie met het Capatect VHF systeem zorgt voor een hoge isolatiewaarde
-
gevelisolatie met het Capatect VHF systeem verhoogt het woon- en gebruikscomfort
-
gevelisolatie met het Capatect VHF systeem is bouwtechnisch beter
-
gevelisolatie met het Capatect VHF systeem zorgt voor een opwaardering van uw pand

 



GEVELTECHNIEK/BUITENGEVELISOLATIE
Een gevel is gezichtsbepalend voor elk bouwwerk. Gevel-isolatie en/of -renovatie kunnen daarom niet zorgvuldig genoeg uitgevoerd worden. Als applicateur van gevelisolatiesystemen moet je van alle markten thuis zijn. Tenslotte sluit het gevelsysteem aan tegen diverse andere bouwkundige elementen, zoals kozijnen, dakranden, andere bouwdelen. Niet alleen de details vergt veel kennis van zaken, maar ook het inpassen van de bewerkingen in het reguliere bouwproces. Bouwservice Fons van der Heyden werkt met goed opgeleidde vakmensen, heeft kennis van de producten en weet alle bouwpartners prima te informeren met ervaren adviezen. In de afgelopen jaren deed Bouwservice Fons van der Heyden onschatbare ervaring op met meer dan 100.000 m2 gevel voor verschillende projecten. Bouwservice Fons van der Heyden werkt volgens de laatste technieken en inzichten met het Capatect VHF Systeem.


--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
WAAROM GEVELISOLATIE?
Gevelisolatie wordt niet alleen toegepast om energie te besparen. Hieronder de belangrijkste argumenten die opdrachtgevers hanteren om over te gaan tot de toepassing van gevelisolatie, in nieuwbouw en renovatie:

Verfraaiend

Gevelisolatie zorgt voor verfraaiing van de gevel. Veel woonwijken/huizen/gebouwen zijn inmiddels door de strakke afwerking opgewaardeerd. De verkoopbaarheid / verhuurbaarheid van het vastgoed wordt daardoor verhoogd.

Isolatiemogelijkheden

De isolatiedikte is in principe onbegrensd. Dit in tegenstelling tot veel andere isolatiemethodes.

Bouwtechnisch beter

Gevelisolatie biedt ook technische verbeteringen. Thermische spanningen in de buitenmuur worden tegengegaan. Koudebruggen kunnen veelal eenvoudig worden voorkomen.

Comfortverhogend
Gevelisolatie verhoogt het leefcomfort in de woning. Een aantal voorbeelden van deze comfortverhogende eigenschappen:
- Het warmteregulerend vermogen van muren
De bouwfysica toont aan, dat het aanbrengen van de isolatielaag aan de buitenzijde van een gevel, de beste manier van isoleren van gevels van (bewoonde) gebouwen is. De geïsoleerde buitenwand slaat overdag de warmte die in het gebouw geproduceerd wordt op; 's avonds en 's nachts, als er niet meer gestookt wordt, staat de wand deze opgeslagen warmte naar binnen af. Een gelijkmatige verwarming van de woning is het resultaat. Deze eigenschap staat bekend als het z.g. warmteregulerend vermogen van muren.
- Het opheffen van 'valse tocht'
Lucht die door een ongeïsoleerde wand afkoelt, zakt naar beneden. Dit wordt ervaren als tocht. Dit verschijnsel wordt 'valse tocht' genoemd. Omdat een muur met gevelisolatie veel minder snel afkoelt zal 'valse tocht' niet optreden.
- Het tegengaan van schimmelvorming
Op een koude ongeïsoleerde gevel kan condensatie optreden. Hierdoor kan schimmelvorming ontstaan. Een goed geïsoleerde muur blijft warm en voorkomt zo condensatie.
De genomen isolatiemaatregelen moeten zodanig zijn dat de woning geventileerd kan blijven.


--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

  1.   2.   3.   4.


GEVELISOLATIE BESTAAT UIT 4 BELANGRIJKE ONDERDELEN:
1. Bevestiging
2. Isolatieplaten
3. Wapeningsweefsel
4. Afwerking


--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
1. BEVESTIGING
Er zijn twee manieren waarop isolatieplaten op de ondergrond worden bevestigd:

1a. Gelijmde systemen
De isolatieplaten worden met hechtmortel, veelal een mortel op cementbasis, op de ondergrond gelijmd. De dikte van deze laag is ca. 3-5 mm, mede afhankelijk van de vlakheid van de ondergrond. Systemen op basis van cellulair glas worden met een bitumineuze koude kleefstof aan de ondergrond bevestigd.

1b. Mechanisch bevestigde systemen
Daar waar getwijfeld wordt aan de hechtkracht van de hechtmortel op de ondergrond wordt veelal een mechanisch systeem toegepast. Ook grote oneffenheden in de ondergrond of houtskeletbouw kunnen redenen zijn om een mechanisch bevestigd systeem toe te passen. In Duitsland wordt dit systeem veel toegepast i.v.m. wisselvallige ondergronden, in ons land sporadisch.
Bij een mechanisch bevestigd systeem worden op de ondergrond profielen bevestigd. De toe te passen isolatieplaten zijn voorzien van sleuven waardoor ze eenvoudig in de profielen kunnen worden geplaatst. Om eventuele werking van de platen tegen te gaan is het belangrijk de platen met hechtmortel of een extra plug te fixeren. Deze systemen zijn niet leverbaar met cellulair glasplaten. De wapeningslaag en afwerking wijken verder niet af van gelijmde systemen.

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
2. ISOLATIEPLATEN
De verschillen in isolatiewaarde van de toe te passen isolatieplaten zijn niet erg groot. De isolatieplaten zijn in een groot aantal verschillende dikten leverbaar, veelal met 10 mm oplopend.
De volgende isolatieplaten worden momenteel in geattesteerde systemen toegepast:

2a. Polystyreen
De polystyreenplaat wordt het meest toegepast. Door zijn geringe gewicht is deze plaat eenvoudig te verwerken.
Er zijn zowel stompe platen als platen met een randprofiel (vanaf een plaatdikte van 30 mm). Belangrijkste vormen van randprofilering zijn de sponning- of de 'messing- en groef'plaat. Uit isolatie- of vochttechnisch oogpunt is een randprofilering niet noodzakelijk. Randprofilering is door een ongunstiger materiaalverbruik duurder. Zeker bij dunne systemen is een vlakke ondergrond belangrijk. Door gebruik te maken van platen met een randprofilering wordt deze vlakheid verkregen zonder dat het oppervlak geschuurd hoeft te worden. Bij kleine gevelvlakkengrijs met bijv. veel penanten vervalt dit voordeel omdat, door het op maat snijden van de plaat, het randprofiel vervalt.

2b. Geëxpandeerd polystyreen
Geëxpandeerd polystyreenplaten (EPS) worden in verschillende volumieke massa's toegepast. De afmetingen zijn in bijna alle gevallen 500 x 1000 mm, soms 600 x 1200 mm. Er zijn normaliter twee verschillende uitvoeringen leverbaar; 'normaal' en 'brandvertragend gemodificeerd' en meerdere soortelijke massa's (densiteiten); van 15-35 kg/m_. In de meeste KOMO-Attesten wordt de 'brandvertragend gemodificeerde' kwaliteit (meestal aangeduid met SE) voorgeschreven. Deze platen zijn herkenbaar aan een rode streep op de zijkant. De sterkte en isolerende eigenschappen nemen toe met de volumieke massa. In de meeste gevallen is een relatief goedkope en lichtgewicht PS 15 plaat voldoende. ('15' staat voor 15 kg/m_). Ook de PS 20 plaat wordt in de praktijk veel toegepast. Onder het maaiveld verdient een diffusiedichtere plaat, bijv. van geëxtrudeerd polystyreen (XPS), de voorkeur.
Er zijn platen met z.g. thermische insnijdingen en/of hechtingsgroeven. Thermische insnijdingen zijn met dunne draad ingesmolten naden in een vierkant patroon. Deze vangen de spanningen beter op, die in de mortellaag ontstaan bij temperatuurwisselingen. Een bijkomend voordeel van thermische insnijdingen is dat hierdoor de platen minder gauw kromtrekken.
Hechtingsgroeven zijn groeven van circa 10 x 5 mm in een vierkant of rechthoekig patroon. Platen voorzien van deze groeven worden veelal gebruikt bij systemen met dikke mineraalgebonden mortels. Door deze groeven wordt de hechting van de mortel aan de plaat vergroot. Bij dunne afwerklagen wordt deze plaat niet vaak toegepast omdat de groeven zich dan kunnen aftekenen in de mortel. Dit in verband met verschillen in vochtopname en verharding.

2c. Geëxtrudeerd polystyreen
Stevige, duurdere, gekleurde isolatieplaat (XPS) met betere isolerende eigenschappen. Gewicht 28 kg/m_. Afmeting vaak 600 x 125 mm. De plaat heeft een hoge dampdiffusieweerstand en door zijn staafvormige bolle celwanden, een hoge drukvastheid. Deze plaatsoort komt voor als isolatiedrager in één gevelisolatiesysteem en wordt daarnaast vaak gebruikt voor de isolatiedelen onder maaiveld. Omdat de geëxtrudeerde plaat bestand is tegen vocht hoeft de wapeningslaag niet omgezet te worden onder de plaat.

2d. Steenwol
Steenwolplaten worden vaak gekozen uit brandtechnische overwegingen en omdat ze dampopen zijn. De vezelige randen van de platen sluiten bij een juiste montage goed tegen elkaar aan, zodat er bijna nooit open naden ontstaan. Steenwolplaten zijn duurder dan polystyreenplaten.
Er zijn twee soorten steenwolplaten die bij gevelisolatie worden toegepast:
- Steenwol gevelplaat
De standaard voor gevelisolatie toegepaste steenwolplaat heeft een soortelijk gewicht van 150 kg/m_ en als afmeting meestal 600 x 1000 mm of 800 x 625 mm. De vezels lopen evenwijdig met het plaatoppervlak.
- Steenwol lamellenplaat
Steenwolplaat waarvan de vezels loodrecht op het plaatoppervlak staan. Hierdoor heeft de plaat een iets hogere drukvastheid. (Dit geldt overigens niet voor puntlasten.) Het soortelijk gewicht is 95 kg/m_. De plaat is iets goedkoper dan de gevelplaat en valt op door zijn afwijkende maat, veelal 200 x 1000 mm. Deze maat wordt veroorzaakt doordat de plaat tijdens de produktie dwars uit de steenwol gezaagd wordt. Vanwege zijn flexibiliteit en geringe afmeting is de lamellenplaat ook bijzonder geschikt voor toepassing op ronde gevels. Door de geringe afmetingen van de steenwol lamellenplaat is het snijverlies lager dan normaal.
De lamellenplaat werd voor het eerst in Duitsland in gevelisolatiesystemen toegepast. Daar spelen de strenge eisen aan de hogere hechtkracht van de hechtmortel en wapeningslaag aan de plaat, bij toepassing op grotere hoogte, een rol. Deze (te?) strenge eisen zijn in ons land niet van toepassing.

2e. Cellulaire glasplaat
Een harde zwarte, volledig dampdichte, plaat bestaande uit geschuimd glas. Het materiaal weegt 115 kg/m_ en wordt in kleine afmetingen, 450 x 600 mm, geleverd. Door de geringe afmetingen wordt het nadeel van het hogere gewicht genivelleerd. De plaat wordt vaak gekozen vanwege zijn onbrandbaarheid en vanwege het feit dat zij geen vocht opneemt. De 100 % dampdichtheid van de plaat biedt voordelen als grote vochtbelasting van binnenuit of van buitenaf (bijv. onder maaiveld) te verwachten is. Indien de plaat in nieuwbouw wordt toegepast dient rekening gehouden te worden met het feit dat het bouwvocht uit de ondergrond alleen via de binnenkant de wand kan verlaten. Cellulaire glasplaten zijn duurder dan andere isolatieplaten. Een beperkt aantal stukadoorsbedrijven is in de verwerking van deze systemen gespecialiseerd.
8.2.4 Andere isolatieplaten
Andere isolatieplaten dan de hierboven genoemde 3 soorten worden in geattesteerde systemen niet toegepast.
Inmiddels is er een gevelisolatiesysteem op de markt dat een z.g. Resolplaat als isolatieplaat heeft. Dit systeem wordt zeer weinig toegepast.

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

3. WAPENINGSLAAG
Op de isolatieplaat wordt de wapeningsmortel aangebracht waarin, in één bewerking, een wapeningsweefsel, vaak een glasweefsel voorzien van een alkalibestendige coating, wordt ingebed. Wapeningsweefsel en wapeningsmortel vormen de wapeningslaag. De dikte hiervan is, afhankelijk van het systeem, 3-8 mm. Bij dikke systemen horen ook dikkere wapeningslagen. De dikte neemt toe indien in de wapeningslaag twee lagen wapeningsweefsel worden toegepast. Indien het systeem gebaseerd op cellulair glas wordt afgewerkt met een mineraalgebonden pleister wordt een bitumineuze 'scheidingslaag' onder de wapeningslaag aangebracht. Dunnere wapeningslagen, dan door de systeemhouder voorgeschreven, dienen categorisch te worden afgewezen.
Bij enkele systemen is het mogelijk een dispersiegebonden wapeningslaag toe te passen. Deze laag is flexibeler en daarom beter bestand tegen scheurvorming dan de meest voorkomende (voornamelijk) mineraalgebonden wapeningslaag. Hierbij hebben temperatuur en luchtvochtigheid tijdens de verwerking en daarna echter een belangrijke invloed op de verhardingstijd. Deze kan dan variëren van enkele dagen, onder normale weersomstandigheden, tot enkele weken bij lage temperaturen en/of een hoge relatieve vochtigheid. Met dit laatste wordt vaak geen rekening gehouden bij de planning.
Bij onderbrekingen in de isolatie, bijv. bij hoeken van ramen en deuren, maar ook bij andere muuropeningen en een aansluiting aan een balkonmuur, worden extra weefselstroken aangebracht.
Daar waar extra belastingen op de gevelisolatie verwacht worden, bijv. door vandalisme, kan bij dunne systemen naast het normale wapeningsweefsel nog pantserweefsel worden voorgeschreven. Een pantserweefsel is te herkennen aan het bredere en stuggere glasweefsel. Ook kan een dubbel (in 2 lagen) 'normaal' wapeningsweefsel worden toegepast en is een extra dikke weefsellaag mogelijk bij enkele systemen.

 

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
4. AFWERKING
De wapeningslaag wordt afgewerkt met één van de navolgende pleisters:

4a. Dispersiegebonden pleister
De dunne dispersiegebonden pleisterlaag wordt in Nederland bij gevelisolatie het meest toegepast. Afhankelijk van de korrelgrootte en de wijze van de verwerking, kan een fijne tot zeer fijne structuur worden bereikt.

4b. Silikaatgebonden pleisters:
Een traditionele pleister die in ons land zeer weinig wordt toegepast.

4c. Mineraalgebonden pleisters:
Mineraalgebonden pleisters zijn uit natuurlijke grondstoffen opgebouwd. Er zijn twee belangrijke mineraalgebonden pleisters:
- de dunne mineraalgebonden pleister
(wordt in ons land weinig toegepast en heeft een veelal fijne tot zeer fijne structuur)
- de dikke mineraalgebonden pleister
Deze wordt dik opgezet. De huid van deze krabpleister wordt na een beperkte uithardingstijd opengekrabd met een krabborstel. Hierdoor ontstaat een fraai ogende dikke pleisterlaag. Deze krabpleister is in ons land veruit de meest toegepaste mineraalgebonden pleister. Daarnaast zijn er nog glad af te werken dikke pleisters mogelijk

4d. Dispersiegebonden pleister
De dunne dispersiegebonden pleisterlaag wordt in Nederland bij gevelisolatie het meest toegepast. Afhankelijk van de korrelgrootte en de wijze van de verwerking, kan een fijne tot zeer fijne structuur worden bereikt.









algemeen | particulier | renovatie onderhoud verbouw | geveltechniek buitengevelisolatie | betonrenovatie | kozijnvervanging

Bouwservice Fons van der Heyden bv, Nusterweg 125, 6136 KT Sittard, T 046 4524044, F 046 4528460